De Schepping – Bettex

De Schepping – Prof. Bettex – vierde druk – 1911

De Schepping - Bettex

Een klein boekje van Prof F. Bettex (1837 – 1915) over de Schepping. Het geeft weer hoe deze gelovige met veel kennis over de natuur naar Gods schepping keek. Daarvoor gaat hij steeds kort in op de scheppingsdagen in Genesis 1.

Bettex geeft verklaringen op basis van het Copernicaanse wereldbeeld. Op basis daarvan worden de scheppingsdaden van de Schepper toegelicht. Het is niet te zeggen of Bettex het Bijbels wereldbeeld, het “concaaf wereldbeeld“, wel of niet kende. Hij maakt daar in ieder geval in zijn boeken geen vermelding van.

Alle eer aan de Schepper

Dat neemt niet weg dat Bettex alle eer aan de Schepper van hemelen en aarde doet toekomen. Hij verbaast zich over degenen die dit niet doen, bijvoorbeeld:

Het is echter opmerkelijk, dat de gevallen mens zo blind is niet slechts voor het goddelijke, maar ook voor het natuurlijke. Hoeveel miljoenen wandelen er rond op aarde; die aarde is hun woonplaats, uit haar putten ze hun voedsel, uit haar zijn ze ontstaan en tot haar zullen ze wederkeren, en toch, hoe weinig belang stellen de meesten in deze grote schepping van God!

Het wonder van het zaad

Het eigenlijke wonder der plant is echter haar zaad: “welks zaad daarin zij op de aarde”. Ja waarlijk een machtig wonder! Dat kleine zaadkorreltje, dat ge vasthoudt tussen uw vingertoppen, heeft de kracht in zich een plant te verwekken en te telen, met wortel, stengel, blad en bloesem, een plant naar zijnen aard, die dus wederom hetzelfde zaad zal voortbrengen, en zo voort, zolang de aarde bestaat. 

Een ieder naar zijn aard

Bettex blijft in zijn boeken de evolutietheorie, het Darwinisme, afwijzen. In dit boekje schrijft hij:

“Een ieder naar zijnen aard,” – zo heeft God de dieren op de zesde dag geschapen. De bijbel wil dus niets weten van de heden zo algemeen geworden, naar haar ontdekker “Darwinisme” genaamde, mening, als zouden zich de hogere dieren en zelfs de mens in ’t verloop van zo vele miljoenen jaren uit de lagere diersoorten vanzelf hebben ontwikkeld, en die lagere op haar beurt en op gelijke weg uit een “oercel”, d.w.z. een klein blaasvormig lichaampje met een inwonende kracht.

Ontstaan van nieuwe soorten niet te bewijzen

Neen, evenals de planten, zo zijn ook de dieren in scherp begrensde, afgewerkte soorten geschapen. Wel zijn sinds de schepping vele dier- en plantensoorten ten ondergegaan, maar dat, sedert de schepping met de vorming der mensen haar afsluiting heeft verkregen, nieuwe soorten zouden zijn ontstaan, heeft nog nooit iemand kunnen bewijzen.

Alleen heeft de mens een aantal bijsoorten van honden, bloemen en planten kunnen telen; de soort zelf staat echter onveranderlijk vast.

Ongegronde fantasie van waanwijze mensen

Sedert de wereld bestaat is nooit uit een os een paard geworden, en de in onze eeuw opnieuw opgedoken, maar in oude tijden reeds gangbare, mening, volgens welke de mens van een aapachtig dier uit de binnenlanden van Afrika zou afstammen, is niet slechts van bijbels, maar ook van zuiver natuurwetenschappelijk standpunt uit beschouwd, een ongegronde fantasie van waanwijze mensen, door duizenden feiten weersproken.

Vanwaar en Waarheen?

Ten slotte de tekst waarmee Bettex zijn boekje begint:

Gelijk de enkele mens, zo staat ook de mensheid in het algemeen voor de grote tweevoudige vraag: Vanwaar en Waarheen? God de Heer, die het menselijk hart heeft geformeerd en het kent tot in zijn diepste schuilhoeken, heeft ons echter in zijn Getuigenis ook op deze vraag het antwoord gegeven.

Het eerste boek van Mozes, genaamd “Genesis”, d.w.z. het begin,” zegt ons duidelijk vanwaar we komen, en het laatste boek der Heilige Schrift, de Openbaring van Johannes, zegt ons waarheen we gaan. 


.


Stichting Vlichthus

Stichting Vlichthus hecht er grote waarde aan dat deze uitgave bewaard blijft én nog lang tot nut van veel gelovigen (en van degenen die dat willen worden) zal zijn. De spelling van dit boek is in de digitale versie enigszins aangepast aan ons huidige spelling.

.


De Schepping – Bettex