Natuurstudie en Christendom – Prof. Bettex – derde druk – 1899

Prof F. Bettex (1837 – 1915) zet in zijn boeken, met tal van praktische voorbeelden uit bijvoorbeeld de natuur, de mens tot denken aan.
De gelovige mens in ieder geval en hopelijk ook de ongelovige mens. De mens die vertrouwt op de wetenschap bijvoorbeeld. De mens ook die de evolutie-theorie, “de stof”, verkiest boven het Woord Gods. De aanhanger van de filosofie van het “materialisme”. Of degenen die menen dat “de natuur” zelf de dingen tot stand brengt i.p.v. een levende en scheppende God.
Ze komen in deze vertaling van “Naturstudium und Christentum” aan de orde. Bettex zegt: “Zo is de Bijbel vol van de natuur, van de verhouding des mensen tot de natuur en van de toekomstige vernieuwing ener goddelijke en eeuwige natuur. – Hoe zou dat ons niet moeten stichten?“
De wetenschap des geloofs
Na vijf hoofdstukken: 1. Vooruitgang? – 2. Evolutie en moderne wereldbeschouwing. – 3. Christelijk natuuronderzoek – 4. Wetenschap en 5. Materialisme, concludeert Bettex in de laatste zin van zijn boek:
Zo gelooft de Christen niet tegen de wetenschap in en in weerwil der wetenschap; maar hij gelooft op grond van het verkregen inzicht, dat de wetenschap des geloofs beter met al het bestaande overeenkomt, derhalve waarachtiger is dan die des ongeloofs.
Het sombere evangelie van de zogenaamde verlichting
Kort daarvoor houdt hij de “wetenschappelijk mens” het volgende voor:
Maar lijdt gij soms aan maagkanker, zodat spijs en drank u niet meer smaken, of hebt gij zoveel ellende beleefd, dat alle vreugde u vergald is, of staat gij gebroken voor uw graf, dan weet ik geen raad voor u. Gij hebt het immers gehoord, de geleerden zeggen, zij hebben het wetenschappelijk onderzocht, dat er geen God is! – Vertwijfel en sterf! –
Wat vraagt de eeuwige stof naar uw wel en wee! Zij weet immers niet eens, dat gij bestaat! – Vertwijfel en sterf! – Want het sombere evangelie der zogenaamde verlichting luidt: “Wee hun, die het hier niet goed hebben, want een ander leven is er niet! –
Wee hun, die hier onrecht lijden, want ook daarboven zal u geen recht geschieden! – Wee allen, die treuren, want zij zullen niet vertroost worden! – Uit het niet komen wij, niets zijn wij en al onze handelingen, en in het eeuwige niet zullen wij spoedig hopeloos verzinken!”
Het licht van het geloof aan God
Tegenover deze duisternis, die zoals Bettex elders zegt, leidt tot “Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij”, (Jesaja 22 : 13; 1 Korinthe 15 : 32) stelt hij het licht van het geloof:
Van het geloof aan God daarentegen verspreidt zich eens licht over de gehele schepping, over het gehele leven. “In de beginne schiep God de hemel en de aarde.”
Stonden wij ongelovig en onbevredigd voor de bewering, dat het onbewuste het bewustzijn, het doelloze de doelmatigheid, de materie de geest, de dood het leven heeft verwekt, warm wordt het ons om het hart en onze geest springt in ons op en wij gevoelen dat het waarheid is, als wij de tijding vernemen, dat dit vergankelijke uit een onvergankelijk, het veranderlijke en wordende uit het eeuwige zijn is ontstaan, dat dit druppeltje aardse leven uit een onbegrensde en onpeilbare oceaan van het leven voortvloeit, dat het kleine lichtje uit de eeuwige oerzon ons toestraalt, en dat het weinigje vreugde en geluk, waarnaar ons hart zozeer smacht, slechts een klein, zwak straaltje is van eeuwige zaligheid, waarin wij eens verzadigd zullen worden.
Het licht is sterker dan de duisternis
In dit geloof is zin en harmonie en waar verstand! Wij zien het immers: het licht is sterker dan de duisternis, het ja sterker dan het neen, de liefde dan de haat, het leven dan de dood.
Dit geloof past bij het heelal, bij de aanblik der zonnen aan het uitspansel en der bloempjes aan de weg, bij het gezang van de leeuwerik en van de vogel in het bos, bij alles, wat wij op aarde leven noemen!
Het sterke verlangen in ons naar licht en leven
Nu begrijpen wij, waarom en vanwaar in al het geschapene dat sterke heimwee naar oneindigheid, dat streven naar de hoogte en naar de diepte, die liefde tot het licht en tot de daad ligt, welke in elk schepsel te vinden zijn en welke wij leven noemen. Alles smacht naar zijn oorsprong!
En uit dit sterke verlangen in ons naar licht en leven kunnen wij reeds zien, dat wij uit een levende God in eeuwig licht geboren zijn, en niet uit uit een dode en duistere stof, want anders zouden wij niet naar het leven, doch naar de dood verlangen.
Juichen in het onwankelbaar vertrouwen
Wie het echter gezien heeft, beter, wie het zelf ervaren heeft, hoe een christen, misschien aan een ongeneeslijke kwaal wegterend, en dag en nacht door pijn geplaagd, daarbij nog onder zware zorgen voor het tijdelijke gebogen gaande, voor wie het heden nauwelijks te dragen, de toekomst naar menselijke berekening zo droevig en hopeloos is en voor wie menselijke hulp niets vermag, onder alles toch altijd weer juichen kan in het onwankelbaar vertrouwen:
Met deze mijne ogen zal ik eenmaal God aanschouwen, en eeuwig zalig bij Hem zijn!
.
Stichting Vlichthus
Stichting Vlichthus hecht er grote waarde aan dat deze uitgave bewaard blijft én nog lang tot nut van veel gelovigen (en van degenen die dat willen worden) zal zijn. De spelling van dit boek is in de digitale versie enigszins aangepast aan ons huidige spelling.
.
Natuurstudie en Christendom – Bettex
Natuurstudie en Christendom
